woensdag 12 december 2007

Stil zijn.



Het is deze week een wat vreemde week, tenminste gezien in het licht van wat normaal is op een school namelijk lesgeven.
Afgelopen maandag was er natuurlijk de studiedag en vandaag is de dag van de educatieve excursie.
Educatieve excursie in tegenstelling tot de "lol-excursie" die ergens in april gepland staat en naar de Efteling gaat."
Vandaag geen lollige zaken.
Vandaag is het serieus en wordt er, als afsluiting van een project dat een aantal weken heeft geduurd, een bezoek gebracht aan het Oorlogsmuseum in Overloon.
Omdat ik de organisatie van het geheel in handen heb ben ik al extra vroeg aanwezig.
Het hele gebouw is nog in duister gehuld. Alleen in de ruimte waar de administratie huist schijnt licht, Rotterdam-Zuid is daar al aanwezig, gereed om de telefoontjes van ouders of eventueel zieke collega's aan te nemen.
Niet geheel tot mijn verbazing zie ik, als ik de trap naar boven op loop, dat De Roostermaker ook al in zijn kantoor zit, uiteraard diep gebogen over zijn roosters.
Wel verbaasd ben ik als ik de koffiekamer binnen stap en zie dat Meut al aanwezig is. Oké, welbeschouwd ben ik niet echt verbaasd gezien de reputatie van Meut. Waarschijnlijk heeft ze de hele nacht niet kunnen slapen, bezorgd om wat er allemaal tijdens de excursie mis zou kunnen gaan.
Bemoedigend spreek ik haar toe, zeg haar dat ze zich geen zorgen hoeft te maken, dat alles goed gaat komen en ik denk zelfs dat mijn peptalk een gunstige uitwerking heeft op haar gemoedstoestand.
Niet veel later, ook erg vroeg voor haar doen, komt Wannabe binnen, natuurlijk weer met de voor haar inmiddels zo bekende hoeveelheid lawaai.
Vanaf het moment dat ik haar zie totdat ze minuten later eindelijk met een kop koffie gaat zitten is ze aan het kwekken.
"Ben jij ook wel eens stil?", waag ik voorzichtig een vraag.
Twijfelend aan mijn bedoelingen kijkt ze me in eerste instantie wat wantrouwend aan.
"Ja, hoor. Ik ben wel eens stil. Vooral als ik op vakantie ben", antwoordt Wannabe uiteindelijk.
"Zou het dan misschien mogelijk zijn om vandaag net te doen alsof je op vakantie bent? Zeker gezien het feit dat we de hele dag samen moeten optrekken."
Het enige antwoord dat ik op dat moment krijg is een opgestoken vinger.
Juist op dat moment stapt, met nog meer bombarie dan Wannabe minuten eerder, De Blater binnen.
Voor mij het sein om mijn heil ergens anders te gaan zoeken want Wannabe en De Blater bij elkaar is een dodelijke combinatie voor mijn oren. Gelukkig heb ik daartoe een legitieme reden: de bussen zijn gearriveerd.
Een half uur later is alles geregeld, zit iedereen in de bussen en zijn we op weg naar Overloon.
In de bus is het betrekkelijk rustig, tenminste in vergelijk met wat ik eerder in de lerarenkamer heb moeten aanhoren.
De reis en het bezoek aan het museum verlopen voorspoedig en zonder problemen. Zelfs Wannabe heeft zich, in ieder geval verbaal, in moeten houden. En dat alleen al zorgt voor de nodige rust.
Kennelijk is dat in de andere groep, waar onder andere Meut en De Blater deel van uit maken niet het geval.
Onze groep staat al bij de bus als het clubje van die twee komt aangelopen. Vanuit de verte zie ik dat De Blater naast Meut loopt en zelfs vanaf die afstand kan ik aan zijn houding al zien dat hij het hoogste woord aan het voeren is.
Onwillekeurig krijg ik medelijden met Meut die hem waarschijnlijk de hele dag heeft aan moeten horen.
Ruim voor ze bij mij zijn hoor ik hem al weer oreren en zie ik de hulpeloze blik in de ogen van Meut.
Als een soort verlosser schiet Meut op mij af en wil juist gaan vertellen hoe het hen en hun groep is vergaan in het museum. De Blater blaat daar natuurlijk weer tussen door met een aantal nietszeggende opmerkingen.
"Houd nu eens even je bek dicht en ben stil!", roept Meut wanhopig.
Verongelijkt kijkt De Blater haar aan en durft nog te beweren dat hij de hele dag al rustig is geweest.
"Dan wil ik niet meemaken als je echt druk bent", antwoordt Meut assertief.
Enigszins pruilend druipt De Blater af. Waarschijnlijk had hij zo'n opmerking van Meut nooit verwacht.
Ik trouwens ook niet!
Achteraf gezien zou het misschien verstandiger zijn geweest als ik Wannebe en De Blater samen aan één groep had gekoppeld.
Dan hadden zij slechts last van elkaar gehad.
Maar ja, wat was er dan van die arme leerlingen terecht gekomen?






Geen opmerkingen: