maandag 29 oktober 2007

Dank je wel.


De vakantie zit erop en direct is het voor mij een belangrijke dag. De dag van de presentatie van mijn boek Game Over, voor iedere schrijver een mooi moment, althans daar ga ik maar van uit. Voor mij in ieder geval wel maar misschien komt het omdat het mijn eerste echte boekpresentatie is.
Met een beetje een onderbuikgevoel stap ik de koffiekamer binnen. Het is net acht uur en het duurt nog ontzettend lang voordat het uur U daar is, welgeteld nog zeven uren. Zeven uren van in meer of minder mate in spanning afwachten.
In de koffiekamer is het nog rustig. Weinig mensen zijn er en niemand van de aanwezigen spreekt mij aan over hetgeen er later op de dag moet gaan gebeuren.
Nu heb ik geleerd.
Bij het verschijnen van de uitnodigingen duurde het ook een poosje voor de reacties loskwamen dus ik ga er maar vanuit dat het vandaag niet anders is.
Met een redelijk goed gevoel nuttig ik mijn eerste kopje koffie, rommel wat in mijn postvak en klets met een aantal tafelgenoten over koetjes en kalfjes.
Geen woord over Game Over.
Als de bel gaat heeft nog niemand van de collega's met één woord gerept over wat voor mij toch een belangrijk moment moet worden.
Een beetje teleurgesteld loop ik naar beneden en wordt ontvangen door een klas met enthousiaste leerlingen die blij zijn om mij, na een week van ziekte en daarop aansluitend een vakantie, weer te zien.
Vrijwel direct wordt er gevraagd of ik in de vakantie nog geschreven heb en wanneer het nieuwe boek ook alweer uitkomt.
Versteld kijk ik de klas rond en besef dat een groepje van twaalf leerlingen meer belangstelling heeft voor datgene wat ik doe dan de meeste van mijn collega's.
Inderdaad de meeste van mijn collega's want natuurlijk bevestigt ook hier de uitzondering de regel.
Zoals De Heks die het tweede uur ziek naar huis gaat maar mij nog wel 16 euro toestopt en zegt dat ze een gesigneerd boek van me wil hebben.
Of Juf Bassie die helemaal verbolgen is over het feit dat Popje een vergadering heeft gepland om kwart over drie en daarna alles in het werk stelt om de vergadering te verzetten.
Of Dood die me naarmate het uur van de waarheid nadert me een aantal keren bemoedigend toespreekt.
En niet te vergeten Popie Jopie die zich bezorgd afvraagt of de aula niet in orde gebracht moet worden.
Dat zijn dan, samen met de leerlingen en nog een handjevol anderen, degenen die blijk geven van hun waardering en mij tot het besef brengen dat niet alle collega's behoren tot de groep "van rijkswege opgedrongen".
Dank je wel daarvoor!!

Geen opmerkingen: