maandag 8 oktober 2007

Vies.


Maandagochtend.
Ik loop als één van de eersten de koffiekamer binnen. Truus, De Nieuweling en De Roostermaker zijn er al. Een vriendelijk goedemorgen valt mij ten deel.
Terwijl ik me in de garderobe ontdoe van mijn motorkleding hoor ik dat er kennelijk iets mis gaat met het koffiezetapparaat, de levensader van menig collega, zeker op maandagochtend.
Voorzichtig steek ik mijn hoofd om de hoek en zie hoe Truus een glimlach van haar gezicht probeert te halen als De Nieuweling voor de derde keer op het knopje drukt en verbaasd naar het display kijkt waar kennelijk een foutmelding op verschijnt.
Aan haar lichaamstaal is duidelijk te zien dat ze niet echt van zins is om hem uit de brand te helpen.
Gelukkig voor hem schiet De Roostermaker hem te hulp, tovert ergens een sleuteltje vandaan, opent het vermaledijde apparaat, rommelt wat in het binnenste ervan en sluit de deur weer. Wat hij heeft gedaan is voor mij compleet onduidelijk maar enkele seconden later vertelt het display vrolijk dat er weer gratis koffie verkrijgbaar is.
Zonder één woord van dank neemt De Nieuweling een kop koffie en verdwijnt in het rookhok.
Met plaatsvervangende schaamte kijk ik hem na en vanuit mijn ooghoeken zie ik dat Truus hem hoofdschuddend nakijkt.
Ik laat De Roostermaker galant voor gaan en mompel iets van dat ik toch nooit voor een adjunct koffie zou durven te nemen.
Een stoot tussen mijn ribben en hoongelach is mijn deel.
Als ook ik eenmaal mijn koffie heb ga ik rustig zitten, geniet van de koffie en wacht op wat komen gaat.
Langzaam druppelt iedereen binnen.
Ik ben stategisch gaan zitten en zie dan ook iedereen binnen komen.
De één vrolijker dan de ander, afhankelijk van hoe het weekend is verlopen, hoe je voetbalclub het heeft gedaan, hoe het contact met je ex is geweest, hoe je de net iets te vele hoeveelheid drank hebt verwerkt, hoe het weer is geweest, hoe lang je hebt kunnen uitslapen of hoe kort.
Nee Liefje komt ook binnen.
Direct is aan haar te zien dat het weekeinde niet zo is verlopen als ze zelf graag gewild zou hebben. Haar gezicht is bedrukt, wallen onder de ogen, haar piekerig alle kanten op waardoor het duidelijk is dat ze deze ochtend niet dezelfde zorg daaraan heeft verleend zoals gewoonlijk.
Zuchtend zet ze haar volle tas op de ene stoel en neemt ze plaats op de andere, een taktiek waardoor er slechts aan één zijde van haar iemand anders kan komen zitten.
Enkele collega's aan het tafeltje waar ze is neergestreken vragen bezorgd aan haar of het wel gaat.
Kort en bondig vertelt ze dat ze het hele weekend in haar maag heeft gezeten met een gesprek dat ze later op de dag moet voeren met een leerling en diens vader. Het onderwerp persoonlijke verzorging speelt daarbij een belangrijke rol. Iets wat niet makkelijk bespreekbaar is.
Nee Liefje kennende heeft ze zich daar inderdaad het hele weekend druk over lopen maken.
Een aantal gemeende adviezen en luchtige opmerkingen verbeteren de gemoedstoestand van Nee Liefje enigszins.
Er verschijnt weer een glimlach op haar gezicht en heel even lijkt het of het gesprek op de achtergrond wordt verdrongen.
Dan staat ze op om een kop thee te halen. Ze grijpt naar haar tas waarvan ze gewoonlijk onafscheidelijk is en kijkt terloops opzij.
Haar ogen vlammen als ze ziet dat Challe aanstalten maakt om de vrijgekomen stoel in te nemen. De tas wordt resoluut weer teruggezet en snel valt ze weer in haar stoel daarbij een vies gezicht trekkend als ze de wat morsige Challe verder ziet lopen.
Alle moeite die de andere collega's in de minuten daarvoor hebben gedaan om Nee Liefje wat op te vrolijken worden in een tiende van een seconde door Challe teniet gedaan. Waarvoor dank.
Niet veel later gaat de bel en zie ik hoe Nee Liefje timide de koffiekamer verlaat.
Uren later zie ik haar weer. Opgelucht in de koffiekamer aan een boterham.
Ik knik haar vriendelijk toe en vraag hoe het gesprek verlopen is en gelijktijdig knik ik naar haar boterham en zeg: "Heb je hem ook een hand gegeven."
De reactie is voorspelbaar.
Met een kreet schiet Nee Liefje omhoog, gooit haar boterham neer, rent naar het aanrecht en begint haar handen te wassen terwijl ze walgend zegt: "En hij zat er nog mee in zijn oor ook!"

Geen opmerkingen: