maandag 15 oktober 2007

Liefdevolle hand.



Half vier.
Nee, niet 's middags maar vroeg in de ochtend.
Voorzichtig probeer ik mijn ogen te openen maar ik weet dan al dat ik daar spijt van ga krijgen. Een eentonig gebonk dreunt er in mijn hoofd. Eigenwijs gaan mijn ogen toch open en direct schiet er een extra pijnscheut door mijn hoofd.
Het nauwelijks aanwezige licht lijkt door mijn ogen en hersenen vermeerderd te worden tot een verblindende lichtflits die de hoofdpijn alleen maar verergert.
Zuchtend en steunend sluit ik mijn ogen en probeer mijn hoofd in een dusdanige positie te manouvreren dat het allemaal een beetje draaglijk wordt.
Als een echte man voel ik me op dat moment ontzettend zielig. Ook als ik van rechts een liefdevolle hand voel.
Mijn Juf weet het ook.
Ze kent me goed genoeg om te weten dat ik weer eens last heb van mijn hoofd.
Ik doezel een beetje en probeer mezelf voor te houden dat ik nog ruim drie uur slaap voor de boeg heb. Drie uren waarin de pijn hopelijk zal afnemen zodat ik toch nog kan gaan werken.
De hand die me net nog vol liefde streelde ligt weer stil naast me. Ik hoor de regelmatige ademhaling van Mijn Juf die na een paar minuten overgaat in een zacht gesnurk.
Het geluid dreunt in mijn hoofd als een klopboor.
Met veel moeite geef ik haar een zetje waardoor de klopboor tijdelijk tot zwijgen wordt gebracht. Behoedzaam draai ik om waarbij ik zoveel mogelijk probeer om mijn hoofd te ontzien. Natuurlijk zonder het gewenste resultaat. De hoofdpijn is er en met elke beweging die ik maak of Mijn Juf wordt die versterkt.
Ondanks de ellendige staat waarin ik verkeer, althans dat vind ik zelf, dommel ik toch in een onrustige slaap waarbij mijn bewustzijn regelmatig aan de oppervlakte komt en ik me bewust ben van de hoofdpijnaanval.
Een enkele keer hoor ik vaag het slaan van de klok in de woonkamer of misschien zijn het de klokken die met hun machtige klepels aan de binnenkant van mijn hoofd aan het beieren zijn.
Tegen zes uur ontwaak ik uit mijn onrustige slaap en bemerk dat er geen verandering is gekomen in mijn hoofdpijnstatus.
Weer is er de geruststellende hand die verder helaas niets voor mij kan betekenen, hoe graag ik dat ook zou willen. Maar het voelen van die hand is eigenlijk al voldoende. Zegt genoeg.
De laatste drie kwartier voor het afgaan van de hinderlijke zoemer van de wekker ligt ik bed, soms zuchtend, soms stilletjes, soms denkend aan de schooldag die voor mij niet zal gaan beginnen, een enkele keer hopend dat de pijn misschien nog zal verminderen.
Gelukkig drukt Mijn Juf, waarschijnlijk met de hand die mij eerder zo teder beroerde, op tijd op het knopje van de wekker zodat zijn geluid niet de kans krijgt om de kamer te vullen en mijn hoofd.
In stilte ben ik haar daar dankbaar voor.
Heel even probeer ik daarna stoer haar te woord te staan en ik heb zelfs nog het lef om te zeggen dat het allemaal wel meevalt en dat ik van plan ben om te gaan werken.
Maar Mijn Juf is niet achterlijk en sommeert mij op zachte maar gebiedende toon dat ik thuis moet blijven.
De inmiddels bekende hand streelt voorzichtig mijn hoofd, een aanraking zo lief dat het, ondanks de meer dan stevige hoofdpijn, niet eens pijn doet.
Dan zak ik weer weg in een rusteloze slaap terwijl mijn laatste gedachten bij de liefdevolle hand zijn die straks de toetsen van de telefoon beroeren als Mijn Juf de school gaat bellen om te zeggen dat ik vandaag niet in de koffiekamer zal verschijnen.


Geen opmerkingen: