woensdag 3 oktober 2007

De dag van Truus


Tegen enen. Vermoeid en moeizaam bestijg ik de trap om te gaan genieten van mijn welverdiende lunch. Moeizaam omdat de spieren nog steeds dienst weigeren naar mijn voetbalperikelen van maandagavond,vermoeid omdat ik net een intensieve bemiddelingspoging tussen twee vechtende leerlingen achter de rug heb met als gevolg dat mijn lunchpauze bijna tien minuten later begint dan gepland.
Als ik éénmaal boven ben laat ik mijn blik door de koffiekamer gaan en vind met mijn ogen een plaatsje aan een klein tafeltje waar enkele gelijkgestemde zielen zitten. Het is redelijk rustig.
Aan de lange tafel zitten een paar collega's te oreren. Verveeld kijk ik een keertje in hun richting, neem een hap van mijn boterham en denk er het mijne van.
In gedachten verzonken nuttig ik mijn zorgvuldig klaargemaakte boterhammen. Tot mijn aandacht wordt getrokken door Truus die met een rood gezicht en vlekken in haar nek de koffiekamer komt binnen stappen.
Ook haar ogen vliegen door de ruimte net als die van mij enige minuten daarvoor en blijven vervolgens venijnig rusten op De Zalver die nog steeds het hoogste woord voert aan de lange tafel.
"Waar bleef je nou?" snijdt haar stem door de ruimte met een koelte waar de ijsberen van zouden rillen.
Quasi verbaasd kijkt De Zalver haar aan.
"Ook jij had pauzedienst en ik heb daar alleen gestaan. Normaal komt De Kale je halen maar nu was hij er niet."
"Had hij het zeker te druk met wat anders", probeert De Zalver leuk te doen, daarbij zijn companen triomfantelijk aankijkend en zijn eigen aandeel in het geheel vergetend.
Truus werpt hem een blik toe die ieder ander mens onmiddellijk zou doden maar zelfs die blik weet De Zalver niet op waarde in te schatten.
Ik kijk in zijn richting en verbaas me over zoveel onbenulligheid en botheid. Geen enkele excuus komt er over zijn lippen.
Gelukkig voor hem wordt hij op dat moment gered door De Nieuweling die de koffiekamer in komt stappen. De aandacht van Truus wordt direct op hem geprojecteerd en heel even komt het me toe dat ze, terwijl ze in haar boterham hapt, haar bovenlip optrekt zoals een hond dat placht te doen. Het ontbreekt er nog net aan dat ze begint te grommen.
Uit de rest van haar lichaamstaal is duidelijk te merken dat de afgelopen lesuren met De Nieuweling niet helemaal naar wens zijn verlopen en dat hij, zoals wel vaker, alleen maar op zijn achterste heeft gezeten, appeltjes heeft genuttigd en verder niets heeft gedaan teneinde zijn groep naar behoren aan te sturen.
Heel even kruisen onze blikken elkaar en ik knik haar bemoedigend toe daarbij denkend dat de sores die ik het uurtje daarvoor heb gehad niet opwegen tegen de problemen die zij heeft ondervonden.
En zo blijkt dat alles toch relatief is en dat maakt dat ik om tien voor half twee weer met goede moed strompelend de trap af ga op zoek naar mijn leerlingen voor de laatste drie lesuren van deze dag.

Geen opmerkingen: