
Enigszins verdoofd loop ik tijdens de pauze de koffiekamer binnen. De dag van gisteren zit nog steeds een beetje in mijn hoofd en maakt dat alles niet helemaal soepel verloopt. Niet dat het echt tegen zit maar er zijn dagen dat het allemaal wat makkelijker gaat.
Sommige collega's spreken me nog aan over de presentatie van mijn boek en dat geeft eigenlijk wel een lekker gevoel maar het maakt ook dat ik me nog niet los kan maken en dus wat suffig rondloop.
Ik gooi wat mapjes op één van de kleine ronde tafeltjes waar ik doorgaans ga zitten. Deponeer daar ook nog ontbijtkoek op, overigens nog netjes verpakt, en loop dan door naar het toilet want na twee uur lesgeven zit het kijkglas vol.
Als ik niet veel later opnieuw de koffiekamer in loop tap ik een verdiend kopje koffie en wil aan het tafeltje gaan zitten waar ik enkele minuten geleden mijn zooi nogal opzichtig heb gedeponeerd.
Tot mijn zeer grote verbazing zie ik dat Die Blauwe aan dat bewuste tafeltje heeft plaats genomen. Ik kijk nog even rond om mezelf er van te vergewissen dat ik mijn spullen in mijn huidige toestand niet ergens anders heb neergelegd maar kom uiteindelijk tot de conclusie dat niet ik maar Die Blauwe zich kennelijk heeft vergist of zich er althans niet van bewust is dat de ongeordende bende op het tafeltje aan mij toebehoort.
Nu ben ik echt de rotste niet, tenminste dat vind ik zelf, dus na een kort moment van besluiteloosheid neem ik plaats aan het zelfde tafeltje en daarbij houd ik strak het gezicht van Die Blauwe in de gaten.
Meteen verschiet hij van kleur, zover je dat bij hem kunt zien, van blauw naar donker blauw.
Verbaasd kijkt hij om zich heen zich waarschijnlijk afvragend hoe hij in godshemelsnaam in deze situatie verzeild is geraakt.
Ik geniet van zijn opperste vertwijfeling en baal ervan dat mijn moment van triomf maar van korte duur is, zo'n tien seconden. Maar wel tien seconden die niemand meer van mij afneemt.
Die Blauwe wordt, tot mijn verdriet, enigszins gered door De Zalver die zijn stoel van de pariatafel omdraait en zich tussen hem en mij in manoeuvreert. Er ontspint zich een gesprek tussen die twee waar ik me verder maar niet mee wil bemoeien maar waar ik door De Zalver, die zich nergens van bewust is, toch in word betrokken. En voor de tweede keer binnen drie minuten zie ik allerlei blauwschakeringen aan mijn gezichtsveld voorbij schieten. Maar nog voor ik wat meer zout in wonden kan strooien wordt Die Blauwe op bijna wonderbaarlijke wijze voor de tweede keer in kort tijdsbestek gered door een derde partij, dit maal de telefoon. Duidelijk opgelucht maakt hij gebruik van de hem onverwacht aangeboden ontsnappingsmogelijkheid en verdwijnt hij in de richting van de telefoon.
Een beetje geamuseerd kijk ik hem na en geniet heimelijk van al die kleuren blauw die ik voorbij heb zien komen. Ik zou nog meer hebben genoten als ik toen al wist wat er twee uurtjes later zou gebeuren.
Heel vervelend voor Die Blauwe heeft hij op dinsdagmiddag tijdens de pauze pleinwacht met niemand minder dan Mijn Juf, ook twee gezworen "vrienden".
Vanuit zijn positie, dicht bij de deur, ziet Die Blauwe dat twee jongens aan het stoeien zijn. Mijn Juf staat aan de andere zijde van het plein. Ook zij ziet de twee jongens waarvan er één een voormalige leerling is.
Beiden zien dat het stoeien een beetje uit de hand begint te lopen. Het duwen en trekken wordt wat forser en eigenlijk is ingrijpen geboden om ervoor te zorgen dat het niet gaat uitdraaien op een algehele vechtpartij.
Uiteindelijk besluit Die Blauwe om zich richting de twee kemphanen te bewegen, schoorvoetend.
De twee jongens hebben absoluut geen oog voor hem en zetten hun wedstrijd vrij worstelen onbekommerd verder.
Als Die Blauwe tot ongeveer twee meter genaderd is klinkt er vanaf de andere kant van het plein plotseling: "Jongens kappen."
Spontaan laten de jongens elkaar los als ze de stem van Mijn Juf herkennen.
Beteuterd staat Die Blauwe te kijken hoe de twee hun duim opsteken in de richting van Mijn Juf, op wiens gezicht nu ook een brede grijns te zien valt.
Nog even kijken de twee jongens verveeld naar Die Blauwe die zich omdraait en vernederd de aftocht aanvaardt.
Tja, soms zit het mee, soms!
Jammer joh, volgende keer beter!
dinsdag 30 oktober 2007
Soms zit het mee, soms!
Gepost door
Ernie van der Vaart
op
20:29
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten