donderdag 22 november 2007

Bedperikelen.

Vandaag geen actueel ooggetuigen verslag van datgene wat er zich in de koffiekamer heeft afgespeeld om de simpele reden dat zowel ik als Mijn Juf er vandaag niet geweest zijn.
Mijn afwezigheid is al langere tijd bekend.
Op het moment dat de zoemer gaat ten teken dat de eerste lessen gaan beginnen maak ik me op om naar de tandarts te gaan. Niet voor een kleine controle of voor het vullen van een gaatje maar voor het aanmeten van een kroon, een werkje waar de tandarts geruime tijd voor uit heeft getrokken.
Nu, twee uur nadat ik de behandelstoel heb verlaten, hangt mijn mond nog steeds scheef, praat ik onduidelijk omdat ik niet naar behoren kan articuleren en loopt, ondanks mijn voorzichtigheid, er toch nog een beetje koffie langs mijn rechter mondhoek naar beneden. En dat alles dankzij de noodzakelijke maar vervelende verdoving die nog steeds zijn sporen achter laat.
Mijn Juf hoeft niet naar de tandarts maar is geveld door een allergie aanval die maakt dat haar bovenlip er uit ziet als een gezwollen rijpe tomaat. Bovendien hebben andere lichaamsdelen ook last van de allergie die onder andere gepaard gaat met gezwollen, pijnlijke en jeukende plekken. Dat geheel maakt dat ze aan haar bed gekluisterd is en, evenals ik, vandaag niet in staat is om les te geven.
Door de toestand waarin Mijn Juf verkeert dringen zich bij mij gedachten aan de huisarts op, of beter gezegd eigenlijk aan de doktersassistente en in het verlengde daarvan beleef ik opnieuw het gesprek dat ik gisterochtend tijdens de pauze met Juf Bassie voerde
"Ik heb slecht geslapen", zegt Juf Bassie tegen Meut.
"Waarom?", vraag ik belangstellend.
"Geen idee. Normaal lig ik helemaal onder mijn dekbed en is er alleen nog maar een stukje van mijn neus zichtbaar en dan slaap ik als een roosje."
Zonder er verder bij na te denken antwoord ik heel onschuldig: "Dan kan ik wel bij jou in bed liggen."
Hilariteit valt mij ten deel en ik haast me om er aan toe te voegen dat ik ook altijd diep onder het dekbed lig en dat we dus kennelijk iets gemeen hebben.
Mijn opmerking stimuleert Juf Bassie om nog een stapje verder te gaan.
"Je kan vannacht wel langs komen. Mijn man is er toch niet en dan zeggen we tegen Mijn Juf dat je een nachtje ter observatie moet worden opgenomen", hierbij refererend aan het gesprek dat ik niet veel eerder met de doktersassistente heb gehad.
"Bovendien heb ik ook ooit wel eens een cursus dokterassistente gedaan, schriftelijk wel te verstaan. Maar je bent echt wel in goede handen."
Mijn Juf, die inmiddels ook aan hetzelfde tafeltje heeft plaatsgevonden vind dit toch kennelijk niet zo'n goed idee en antwoordt quasi vinnig: "Dat dacht ik niet!" Wat vervolgens ook weer leidt tot enige vorm van vrolijkheid.
Juf Bassie en ik besluiten ons maar neer te leggen bij de uitspraak van Mijn Juf. Er komt geen nachtje observatie.
Zoals het vaak met gesprekken gaat wordt er ook nu weer van de hak op de tak gesprongen en binnen enkele minuten zijn er weer verschillende onderwerpen aan bod geweest.
Soms meng ik me even in het gesprek en geef wat commentaar maar veelal luister ik naar wat de dames om mijn heen allemaal te zeggen hebben en geloof me, dat is heel wat!
"Mijn zoon heeft rijles", zegt Juf Bassie.
"Toen hij na de les thuis kwam was hij kwaad en riep dat de instructeur een zeikerd was en dat hij niet zo moest zeuren. Gelukkig is hij niet zo erg eigenwijs!"
Het beeld wat Juf Bassie schetst komt mij erg bekend voor omdat mijn eigenwijze zoon op dezelfde manier reageert op zijn instructuer en spontaan vraag ik aan haar: "Weet je heel zeker dat wij nog nooit eerder in bed hebben gelegen?"
Dan gaat de bel.

Geen opmerkingen: