Sommige dagen verlopen rommelig, druk, onverwacht chaotisch. Kortom anders dan dat je jezelf zo'n dag hebt voorgesteld. Dat heeft natuurlijk ook zijn charme maar het maakt wel dat je aan het einde van de dag redelijk afgeserveerd bent.
Vandaag ben ik aan het einde behoorlijk afgeserveerd waaruit dus de conclusie getrokken kan worden dat het een rommelige, drukke, onverwacht chaotische dag is geweest.
Oké, een beetje overtrokken is het wel maar de dag is toch wat anders verlopen dan dat ik me vanochtend heb voorgesteld.
De eerste twee lesuren gaan nog wel. Met twee leerkrachten een groepje van zeven leerlingen in het gareel houden is niet direct een echte uitdaging.
Het eerste onverwachte moment beleef ik in de kleine pauze. Geheel onverhoeds spreekt De Azijnpisser mij aan en het moet gezegd, elke keer als ze dat doet is het toch weer schrikken. Nu heb ik het geluk dat ze me zelden tot nooit echt aanspreekt maar dat maakt gelijktijdig dat de klap, als ze het doet, groter is.
Helemaal verbaasd ben ik als ze niet direct begint met een negatieve opmerking maar belangstellend vraagt of ik een lesmap, die zij twee weken geleden geleend heeft, weer terug heb gevonden. Uiteraard begrijp ik haar geveinsde belangstelling. Zij moet na de pauze een les geven en ik ben normaliter degene die, geheel belangeloos, haar de map met de beoogde lessen geef. Alles is er haar dan ook aan gelegen om te weten of de betreffende map al boven water is want zonder de door mij verschafte informatie is ze gedwongen te gaan improviseren. Iets wat ze absoluut niet kan. Alles moet ruim van te voren strak zijn georganiseerd en daar mag niet van worden afgeweken.
Ik ben dan ook tweeslachtig in mijn gevoelens als ik haar antwoord geef en mededeel dat ik de spullen nog steeds niet heb terug gevonden.
Aan de ene kant geniet ik van de wanhoop die zich direct op haar gezicht aftekent.
Aan de andere kant baal ik ervan dat collega's kennelijk spullen "lenen" en die nooit meer terugbrengen en dat gaat dus van lesmateriaal, via afstandsbedieningen van video en t.v. tot meubilair aan toe.
Duidelijk teleurgesteld verlaat De Azijnpisser de koffiekamer. Ik vermoed om nog snel een lesje te verzinnen voor de pauze is afgelopen.
Als ik, enkele minuten later als de pauze voorbij is, mijn lokaal instap vind ik mij tegenover een vijftiental leerlingen gesteld die van plan zijn te gaan staken.
De hele week rommelt het al in onderwijsland en zijn leerlingenstakingen aan de orde van de dag.
Hoewel ik de kritiek van de leerlingen deel probeer ik hen ervan te overtuigen dat het op deze dag zinloos is om te staken en mochten ze toch willen staken ze beter kunnen wachten tot vrijdag. Gelukkig luisteren ze uiteindelijk naar mijn argumenten maar dan ben ik al wel weer een half uur verder. Een half uur dat weer een hoop energie heeft gekost.
De volgende twee lesuren breng ik, gelukkig, in relatieve rust door. De leerlingen doen niet moeilijk en ik heb die intentie ook niet.
Zelfs de lunchpauze breng ik rustig keuvelend met De Mosselman door en niets wijst erop dat de dag nog een verrassende wending voor mij in petto heeft.
Redelijk ontspannen wandel ik na de pauze door de gang daarbij behendig trekkende, gillende, duwende, lachende, rennende leerlingen ontwijkend.
Tot ik bij het lokaal van groenvoorziening kom.
Met een bleek gezicht komt een leerling naar buiten stormen, grijpt mij vast en rukt me naar binnen. Als ik in het lokaal sta zie ik direct dat een lijkbleke, zich niet bewegende leerling, slap in de armen van een medeleerling hangt.
Met een sierlijke zwaai schiet ik over een tafel, grijp de onwelle leerling vast en leg hem behoedzaam op de grond. Netjes in de stabiele zijligging zoals ik jaren geleden heb geleerd.
De jongen is totaal niet aanspreekbaar, hyperventileert, draait met zijn ogen en stopt herhaaldelijk, tot mijn grote schrik, met ademhalen.
Gelukkig komt Popie Jopie mij te hulp. Althans dat denk ik. Maar tot mijn grote verbazing is het enige wat hij doet 112 bellen en verder wat contacten onderhouden met mensen die hun nieuwsgierig komen bevredigen.
Minutenlang doe ik, samen met een te hulp geschoten leerling, allerlei moeite om de onfortuinlijke jongen weer bij zijn positieve te brengen. Maar alle pogingen daartoe lijken gedoemd te mislukken. Tot mijn grote opluchting laat de komst van de ambulance niet lang op zich wachten en word ik afgelost door deskundige hulp.
Vermoeid, met stramme benen van het knielen en hurken, loop ik afwezig naar mijn leerlingen die al ruim twintig minuten met hun les bezig zijn. Een les waarbij van mij wordt verwacht dat ik toezicht hou als ze met allerlei klusjes in en rond de school bezig zijn.
Eindeloos lopen dus, eindeloos leerlingen aanspreken, eindeloos moe worden.
Overigens niet alleen van de leerlingen maar ook van Maat 38 die meent dat ze zich moet gedragen als hoeder van alle regels.
In haar ijver stuurt ze iedereen die uit is weg uit de grote hal en zelfs weg als ze buiten staan maar nog binnen het hek.
Ik probeer haar uit te leggen dat er een verschil is tussen regels handhaven en hanteren. Maar ze is ongevoelig voor mijn argumenten en blijft als een havik loeren op mogelijke slachtoffers waarbij ze zich volstrekt belachelijk maakt.
En dat laatste weten de leerlingen want het is ook een dol komisch gezicht als Maat 38 haar hok uitschiet, de leerlingen uitfoetert en alleen maar apathische blikken terug krijgt.
Als ik haar zo bezig zie vraag ik me af of ze zich niet beter kan bezig houden met haar administratieve werk waar ze voor aangenomen is in plaats van zich druk te maken over futiliteiten.
Zou ze daar nooit moe van worden?
Ik wel!
Erg moe zelfs!
dinsdag 27 november 2007
Moe worden.
Gepost door
Ernie van der Vaart
op
21:00
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten