De schooldag vandaag begint al als ik nog thuis in de keuken sta. Ik ben net terug met de honden als ik mijn mobiel hoor af gaan. Verbaasd kijk ik op de klok en vraag me af wie me nu al een sms stuurt.
Ik grijp mijn mobieltje van het aanrecht en zie tot mijn verbazing dat Mijn Juf, die waarschijnlijk net op school is aangekomen, mij al een berichtje heeft gestuurd.
Misschien wel over de broodmachine die ik vergeten ben aan te zetten zodat vanochtend het huis eens een keertje niet ruikt naar vers gebakken brood.
Niets blijkt minder waar te zijn.
In korte bewoordingen legt Mijn Juf uit dat De Kale weer op oorlogspad is en dat zij het eerste slachtoffer dreigde te worden van zijn onaflatende drang om ons klein te krijgen en dat ik waarschijnlijk de volgende zou zijn op wie hij het gemunt zou hebben. En dat alles omdat er, zonder zijn uitdrukkelijke toestemming, een tabelletje in een formulier terecht is gekomen dat voor veel verduidelijking zorgt maar in zijn ogen geen genade kan krijgen.
Een klein kwartiertje later rijd ik enigszins opgefokt richting school, klaar om direct de strijd met De Kale aan te binden.
Ik ben nog maar amper binnen of één mij en Mijn Juf gunstig gezinde leerling spreekt mij aan en vraagt of ik ook al bonje heb gehad met De Kale. Uit haar bezorgde uitleg maak ik op dat de confrontatie tussen Mijn Juf en De Kale redelijk heftig is geweest en dat deze voor een gedeelte heeft plaatsgevonden in het bijzijn van een aantal leerlingen.
Nadat ik mij heb ontdaan van de leerling en daarna van mijn motorkleding zoek ik Mijn Juf op om nu eens precies te horen wat er zich allemaal heeft afgespeeld.
Uit de summiere uitleg die ik van haar krijg, veel meer is in het bijzijn van een voltallige klas niet mogelijk, begrijp ik dat De Kale haar woedend, met veel bombarie en minstens zoveel stemverhef in het bijzijn van inderdaad een aantal leerlingen geschoffeerd heeft.
Mijn adrenalinepijl stijgt nog een beetje en ik maak me op voor de confrontatie met De Kale wetende dat de statistieken in mijn voordeel zijn.
Alle voorgaande gelegenheden waarbij die De Kale, uit rancune, mij enige schade dacht te kunnen berokkenen en die hij daarom heeft aangegrepen zijn tot nu toe allemaal jammerlijk mislukt, waarbij een aantal zich zelfs als een boemerang tegen hem hebben gekeerd. Nu heb ik het idee dat zijn lerend vermogen ongeveer net zo groot is als dat van de gemiddelde leerling op onze school en dat hij waarschijnlijk ook nu weer redelijk onbesuisd in de val stapt die hij zelf heeft opgesteld.
Dus wel een klein beetje gespannen maar zeker van de uitkomst van de voorliggende strijd loop ik naar de koffiekamer waar ik, in afwachting van het onvermijdelijke, mij bezig houd met het bestuderen en verschuiven van stapeltjes papier van A naar B en weer terug.
Na een betrekkelijk korte periode zie ik, vanuit mijn ooghoeken, De Kale in de deuropening verschijnen. Ik negeer zijn aanwezigheid en ga stug door met mijn nutteloze actie waarbij ik de indruk wek diep in de stapeltjes papier te zijn verdiept.
Eigenlijk verwacht ik dat De Kale op dezelfde botte manier tegen mij zal reageren als tegen Mijn Juf. Maar tot mijn grote verbazing blijft het angstvallig stil.
Heel even richt ik mij op, kijk even rond en zie hoe De Kale besluitloos door de koffiekamer drentelt.
Op het moment dat hij oogcontact met mij dreigt te maken duik ik weer in mijn papieren en bestudeer die met meer dan normale belangstelling.
Na nog een keertje de hele koffiekamer doorkruist te hebben wordt het zelfs De Kale kennelijk te veel en op een opvallend milde toon vraagt hij of ik even met hem mee wil komen. Zou hij toch nog in staat zijn om iets te leren vraag ik me af.
Natuurlijk toon ik mijn bereidwilligheid en volg hem naar zijn kamer.
Daar word ik geconfronteerd met iets waarvan ik al meer dan een uur weet dat het er aan zit te komen en waarvan hij denkt dat ik het voor het eerst hoor.
Binnen vijf minuten sta ik dan ook weer buiten en heb hem, met argumenten, van de benodigde repliek gediend en verder nog genoeg stof tot nadenken gegeven.
Ook deze poging om mij in een opgestelde val te laten lopen is jammerlijk mislukt. Maar ik geef toe, er is enige hoop voor hem want deze keer heeft hij niet blind de aanval geopend, althans niet op mij maar is hij, voor zijn doen, omzichtig te werk gegaan. Alleen jammer dat het zo doorzichtig is gebeurd.
Zo blijft er nog genoeg voor De Kale over om te leren en dus is er altijd nog hoop.
Voor hem wel te verstaan!
woensdag 21 november 2007
Lerend vermogen.
Gepost door
Ernie van der Vaart
op
18:39
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten