donderdag 8 november 2007

Twee gezichten.

Er zijn dagen die geheel anders eindigen dan dat ze beginnen.
Vandaag begint uiterst vriendelijk en gezellig.
Ik ben nog maar amper over de drempel van de koffiekamer of ik hoor mijn naam. Ik kijk even opzij en zie Juf Bassie en Truus samen aan een tafeltje zitten.
"Ik dacht dat jij later zou beginnen", is zo ongeveer het eerste wat ik Truus hoor zeggen. Ik begrijp haar opmerking niet en dat is kennelijk op mijn gezicht af te lezen.
"Ik heb het krantenartikel over je boekpresentatie bij", verduidelijkt ze.
Nog steeds kan ik de twee zinnen niet rijmen en mijn gezicht wordt een nog groter vraagteken dan dat het zojuist is geweest.
"Ach, mannen snappen ook niets", gaat Truus verder terwijl ze voor haar uitspraak non-verbaal steun zoekt bij Juf Bassie.
Daar verschijnt een grote grijns op het gezicht en ze schudt zo driftig met haar hoofd dat de rest ook meeschudt en dat is veel. Als je daar te lang naar zou kijken zou je minstens zeeziek worden.
Ik ruk mijn blik los van het golvende gewelf voor mij en probeer me weer te concentreren op datgene wat Truus probeert duidelijk te maken.
"Ik had je niet verwacht want jij bent altijd vrij , dus mijn tas met het knipsel staat nog beneden."
Ik wil reageren op het altijd vrij zijn maar kennelijk ben ik vandaag een open boek voor de enkele aanwezigen dus voor ik ook maar één letter naar buiten heb kunnen brengen wordt me de mond alweer gesnoerd.
"Kleed je nu eerst maar uit voor je gaat reageren", zegt Truus en nog voor haar woorden goed en wel mijn oren hebben bereikt en die van Juf Bassie kleuren de wangen van Truus rood. Zo rood dat een rijpe sappige tomaat er jaloers op zou zijn.
"Je wilt dat ik me hier ga uitkleden?" vraag ik nog even voor de zekerheid.
Vanuit mijn ooghoeken zie ik de wulpse deiningen bij Juf Bassie weer die een gesmoorde kreet laat ontsnappen waaruit ik opmaak dat ze dat wel ziet zitten.
Maar voor ze haar gedachten goed heeft kunnen formuleren is Truus haar al voor.
"Nee, doe maar niet. Ik heb je op die foto al in een colbertje gezien en die schok was al groot genoeg voor mij."
Nu houdt Juf Bassie het helemaal niet meer droog en de bewegingen van haar boezem worden zo heftig dat ik me maar snel omdraai, bang dat ik werkelijk misselijk word van haar schuddende borsten en nog voor ik mijn motorspullen heb uitgetrokken kokhalzend naar het toilet zou moeten rennen omdat mijn maag niet bestand is tegen zoveel deining.
Als ik enkele minuten later terug kom zijn de twee dames weer een beetje bedaard maar blijft de sfeer wel gezellig en jolig.
Met zo'n begin heeft deze dag alles in zich om redelijk gezellig te worden.
Dat is ook zo, zelfs als De Kale tegen tien uur mijn lokaal binnen loopt en vraagt of ik later op de dag even tijd voor hem heb.
Naïef als ik ben denk ik dat het over het één of andere werkplan gaat en zeg, zonder verder na te denken, toe.
Uren later stap ik zijn kantoor binnen en zie dat niet alleen De Kale aanwezig is maar ook De Stola.
Nu begint me een onbehaaglijk gevoel te bekruipen en ik kan mezelf wel vervloeken over mijn eigen naïviteit.
Ik neem plaats, drink voorzichtig van mijn hete espresso en wacht geduldig maar vooral nieuwsgierig af wat me nu weer te wachten staat.
Gelukkig laat De Kale er deze keer geen gras over groeien en valt hij vrij direct met de deur in huis. Wat ik uit zijn woorden begrijp heeft kennelijk iemand, achter mijn rug om, een gerucht de wereld in geholpen over Mijn Juf en mij. Zij zou voor mij op de computer een lijst hebben ingevuld die alleen ik zelf kan en mag invullen.
Nu is het voor mij niet zo moeilijk om het gerucht te ontzenuwen en zowel de directie als de verklikker alle wind uit de zeilen te nemen.
Mocht De Kale al denken een stok te vinden dan komt hij bedrogen uit, hoewel ik deze keer denk dat hij niet echt op zoek was naar die stok.
Als het gerucht eenmaal ontzenuwd is sta ik weer snel buiten en daar realiseer ik me eigenlijk pas goed wat me is overkomen.
Iemand is achter mijn rug om naar de directie gegaan om mij een hak te zetten. Langzaam voel ik hoe de woede in mij begint op te borrelen.
Nog even overweeg ik om de kamer van De Kale terug in te lopen om mijn gal te spuien over het laakbare gedrag van iemand die zich collega durft te noemen en om te vragen wat zij daar aan gaan doen maar ik besef dat ik daar te boos voor ben dus loop ik verbitterd naar de garderobe, trek mijn motorpak weer aan en verlaat het gebouw.
De schooldag is inderdaad heel anders geëindigd dan dat die is begonnen.

Geen opmerkingen: