vrijdag 30 november 2007

Tandenknarsend.

Vrijdag.
Het is weer gewoon vrijdag geworden en daar heeft niemand iets aan hoeven te doen. Gewoon weer helemaal vanzelf.
Vijf dagen geleden leek het nog ongrijpbaar ver weg maar eigenlijk is de week in "no time" voorbij gevlogen.
Niet dat ik bezwaar heb tegen werken of erger nog dat ik een hekel heb aan mijn werk maar, om een cliché te gebruiken, het neemt wel ontzettend veel vrije tijd in beslag. Iets waar ik toch wat meer op gesteld ben dan op mijn werk.
Als ik heel eerlijk ben stelt de vrijdag voor mij niet zoveel meer voor. Vijf lesuurtjes maar daarna begint het weekeinde al.
Goed, de vijf lesuren moeten wel gedraaid worden en soms zitten ze tegen maar over het algemeen ga ik deze dag niet met tegenzin te lijf.
Zo ook vandaag niet.
Redelijk monter stap ik de koffiekamer binnen waar, zoals gewoonlijk, op het nog vroege uur maar weinig collega's aanwezig zijn. Vaak tref ik dezelfde mensen aan en ook nu is dat weer zo.
Meut, Wannabe, Juf Bassie, Nee Liefje, en Truus, behalve op vrijdag want dan zijn de laatste twee vrij, de boffers.
Vandaag is ook De Kookjuf al vroeg aanwezig voor wie deze week niet al te prettig is verlopen. Al een aantal malen heb ik haar gemopper in de koffiekamer gehoord en ook vandaag gaat het niet helemaal naar wens.
"Verdorie weer negen euro gestolen!" zegt ze gepikeerd terwijl ze met een smak een geldkistje op tafel deponeert.
"En dat is niet de eerste keer. Vorige week is er al bijna dertig euro uit een portemonnee gejat."
Verbaasd vraag ik aan haar hoe dat dan mogelijk is omdat de kookleerkrachten altijd weten welke leerlingen er boodschappen gaan doen en hoeveel geld ze meekrijgen.
"Tss," sist ze tussen haar tanden door.
"Als je een portemonnee met geld onbeheerd in een verlaten keuken laat liggen dan kan je op je vingers natellen dat het een keertje gestolen wordt."
"Maar niemand is toch zo dom om zomaar geld ergens te laten liggen?" vraag ik naïef.
Heel even kijkt ze in het rond, leunt wat dichter naar me toe en fluistert zachtjes: "Tenzij je De Blater bent. Die is dom genoeg om het te doen en dan vindt hij het nog vreemd ook dat het geld weg is!"
Nog hoor ik de woede in haar stem, zelfs in haar fluisterstem is het te horen.
"En nu?" vraag ik nieuwsgierig.
"Niets!"
"Niets?"
"Ja, niets. Ik heb het met hem besproken maar hij haalt alleen maar zijn schouders op en aan de directie melden heeft weinig zin want je weet net zo goed als ik welke kleur de arm van De Blater is."
"Tot aan zijn schouder en misschien nog wel verder,'' beaam ik de opmerking van De Kookjuf die tandenknarsend een slokje van haar, inmiddels koude, koffie neemt.
Misschien komt het door de koffie dat ik het geluid van het knarsen niet hoor maar dat De Kookjuf niet alleen figuurlijk aan het tandenknarsen is merk ik niet veel later.
Met een klein gilletje grijpt ze naar haar mond.
Alle aanwezigen in de inmiddels gevulde personeelskamer draaien hun hoofden om teneinde te kunnen zien waar het geluid vandaan komt en vooral waarom.
Ook ik kijk verwonderd naar De Kookjuf van wie het hoofd vuurrood is en vertrokken van een vlaag van paniek.
Haar rechterhand brengt ze naar haar mond om daar een tiende van een seconde later een gedeelte van een kies uit te vissen.
Afgebroken!
Misschien is het in de toekomst beter voor haar gebit als ze zich beperkt tot het figuurlijke tandenknarsen, al hoop ik wel dat ze daar de komende periode door haar directe collega's van kan worden gevrijwaard.

Geen opmerkingen: