woensdag 14 november 2007

Game Over.


Dat je het van je collega's moet hebben is mij vandaag weer duidelijk geworden.
Tijdens de kleine pauze zit ik aan één van de kleine ronde tafeltjes die de koffiekamer sieren. Het is ook nog eens de tafel die het dichtst bij het apparaat staat dat iedereen voorziet van de allereerste levensbehoefte en met vrij uitzicht op de toegangsdeur.
Omdat ik voor de pauze geen les heb gegeven zit ik al op mijn plaats als de rest zich nog moeizaam de trap op hijst.
Een laatste moment geniet ik in relatieve rust van mijn koffie terwijl ik in de verte het eerste geroezemoes van de zich aankondigende pauze waarneem.
Dan vult de deuropening zich met de eerste collega's aan wiens getergde gezichten te zien is dat de afgelopen uren niet helemaal makkelijk en naar wens zijn verlopen.
Maar niemand klaagt en een goed kopje koffie kan zelfs de meest vervelende herinneringen voor een ogenblijk verjagen.
Juf Bassie, Meut en Mijn Juf hebben kennelijk besloten om de pauze in mijn gezelschap door te willen brengen. Mijn Juf versnelt daartoe even de pas om iemand anders nog voor te zijn.
Als ze zich, toevallig, naast mij neervlijt vertel ik haar dat ik de dokter heb gebeld en een afspraak voor morgen heb gemaakt.
Onderwijl wrijf ik even over de pijnlijke plek rond de hartstreek waar ik al een paar weken last van heb.
"Borstkanker!", beantwoordt Mijn Juf de vragende blikken van Juf Bassie en Meut.
Die schieten beiden in de lach om de botte opmerking en mijn beteuterde gezicht.
Heel even probeert Meut serieus op mijn klachten in te gaan maar de sfeer is al zodanig dat elke poging daartoe bij voorbaat gedoemd is te mislukken.
"Wel lekker om af te vallen een beetje kanker!", doet Juf Bassie ook nog eens een duit in het zakje.
Nu is zelfs Meut niet meer bij machte om serieus te blijven.
"Ja, voor ons. Wij kunnen wel wat kilootjes kwijt maar hij niet", zegt ze met een knik in mijn richting, hetgeen ik maar beschouw als een compliment.
"Als hij af gaat vallen is er al snel niks meer over."
"Oh, dan doen we voor hem wel kanker-light", laat Mijn Juf zich ook niet onbetuigd.
"Raakt hij ook dat beetje haar wat er nog op zijn hoofd staat niet zo snel kwijt!"
De dames vermaken zich kostelijk over mij en een zo delicate kwestie. En ik, als lijdend voorwerp, onderga de grappen en grollen van de collega's gelaten.
Als de pauze bijna ten einde is komt De Mosselman nog even naast mij staan. Hij heeft de hilariteit aan het tafeltje van een afstandje gade geslagen en komt proberen zijn nieuwsgierigheid een beetje bevredigen.
Ik vertel hem kort en bondig wat er zich heeft afgespeeld waarna ik enige steun van hem verwacht.
Maar een grote brede grijns verschijnt op zijn gezicht en lachend roept hij: "Dan is het Game Over!", daarbij refererend aan mijn boek.
Nu zelfs De Mosselman zich schaart achter de dames blijft er voor mij niets anders over dan met de wolven mee te huilen. "Dan wil ik wel een zwarte kist met daarop in fluoriserende rode letters "Game Over".
Ik krijg, als bevestiging, een ferme klap tussen mijn schouderbladen.
"Ik zal er persoonlijk voor zorgen en voor een lekkere negatieve speech." Daarna loopt De Mosselman lachend weg, mij met mijn pijnlijke plek rond de hartstreek achterlatend.
Tja, van je collega's moet je het inderdaad hebben.

Geen opmerkingen: