
Het is een vreemde gewaarwording om het met iemand eens te zijn waarvan je verwacht dat zoiets nooit zou kunnen, laat staan gebeuren, ook al is het maar een heel klein beetje. Maar vandaag heb ik dat onuitsprekelijke genoegen toch mogen of beter moeten meemaken. Helaas!
Als ik tijdens de middagpauze als één van de eersten de koffiekamer binnen stap, ik zorg er meestal wel voor om daar op tijd te verschijnen zodat ik in principe niets hoef te missen, staat de Azijnpisser al in het kleine keukentje dat grenst aan de koffiekamer.
Op het moment dat ik naar binnen loop ruik ik het al.
Een penetrante sigarettenlucht zwerft door de ruimte. Ik haal een aantal malen diep adem door mijn neus om mijzelf er van te vergewissen dat ik me niet vergis.
Nu is dat, wat betreft die lucht, nagenoeg onmogelijk maar ook ik ben bij tijd en wijle feilbaar.
Maar niet deze keer.
De lucht die zich diep in mijn neus probeert te nestelen is onmiskenbaar het smerige restant van verbrande tabaksbladeren gehuld in dun wit papier.
"Het stinkt vreselijk", hoor ik de Azijnpisser vanuit de pantry zeggen.
Tegen wil en dank moet ik dat deze keer wel beamen.
"Ze hebben vast en zeker de deur open gehouden of niet goed dicht gedaan", gaat ze nog even verder.
Terwijl ze dat zegt kijk ik in de richting van het rookhok. Een soort aquarium met een deur erin waar de meest verstokte rokers zich te goed kunnen doen aan hun pogingen om eerder te verscheiden.
Overigens zijn het niet alleen de echte rokers die zich schuldig maken aan deze vorm van zelfmoord. Er is een groep fanatieke aanhangers die, geheel vrijwillig en zonder zelf maar één sigaret aan te raken, zich ophoudt in het kamertje van drie bij twee.
Als je na een klein kwartiertje uit het rookhol komt ben je dusdanig doorrookt dat een gerookte paling erbij verbleekt.
Ik vind het dan ook onbegrijpelijk dat zij zich in zo'n vies ruikend hok op durven te houden. Maar misschien doet het hok ze aan thuis denken of willen ze, zoals in het geval van het Popje, hetzelfde ruiken als degene met wie ze samenwonen. Het schept kennelijk een band.
Nu heb ik natuurlijk makkelijk zeuren want ik rook niet en heb dat ook nooit gedaan.
Oke, bijna nooit. Ooit, erg lang geleden, heb ik twee weken lang met een pakje Camel, omdat ik dat pakje mooi vond, op zak gelopen. Maar na twee weken vond ik het nog steeds niet lekker, kon ik maar niet wennen aan de geur en had ik het idee dat mijn conditie erg hard achteruit ging. Sindsdien heb ik nooit meer een sigaret aangeraakt.
Met kordate nukkige stappen trippelt de Azijnpisser richting het rokershol en geeft een ferme zet tegen de deur.
"Zie je wel, de deur niet goed dichtgedaan. Dat ze geen rekening houden met anderen. Het stinkt echt!
Weer kan ik alleen maar bevestigend knikken en vraag me af wat er met me aan de hand is. Ik ben het eens met de Azijnpisser, uitgerekend met haar. Ik kan alleen maar hopen dat het niet al te vaak voor gaat komen.
Gelukkig, zoals het de Azijnpisser betaamd, doet ze nog een extra duit in het zakje waardoor ze haar reputatie toch weer eer aan doet.
"Ik vind het asociaal dat er geen rekening met mij wordt gehouden. Hier stop ik elke dag pillen voor in mijn lichaam."
Wijselijk houd ik nu mijn mond en kijk alleen maar verbaasd toe als ze ook nog eens op het bord met grote letters schrijft: "WILLEN DE ROKERS DE DEUR VAN HET ROOKHOK GOED DICHT DOEN."
Ik doe er het zwijgen toe en zie hoe onder andere Beachboy de tekst op het bord leest, zijn schouders ophaalt, in het hok verdwijnt en de deur op een kier laat staan.
Steels kijk ik naar het verbeten gezicht van de Azijnpisser en denk: "Effectiviteit min zes."
dinsdag 6 november 2007
Effectiviteit.
Gepost door
Ernie van der Vaart
op
20:24
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten